Op naar een Benelux beurs?
Opiniestuk
De Europese en Vlaamse economie heeft de afgelopen decennia ingrijpende veranderingen ondergaan. Globalisering, technologische vooruitgang en financiële crises hebben de manier waarop bedrijven opereren en groeien in Vlaanderen grondig hervormd. Vlaanderen is één van de Europese koplopers geworden wat betreft innovatie en telt steeds meer innovatieve startups. De economische valorisatie van onze innovatieve kracht en het doorgroeien van onze baanbrekende startups moet echter nog beter. Hiervoor is er geld nodig. De vraag is bijgevolg waar onze bedrijven dit kapitaal moeten gaan zoeken. Alleszins niet bij een Vlaamse of federale overheid. De huidige budgettaire context van zowel Vlaanderen als België, laten niet toe het bedrijfsleven substantieel te ondersteunen. Toch niet zoals dat gebeurt in onze buurlanden. Maar van waar kan dat noodzakelijke kapitaal dan wel komen? Het befaamde Draghi-rapport[1] levert ons een deel van de oplossing.
In zijn rapport doet de voormalige Italiaanse premier een aantal interessante vaststellingen. Vooreerst stelt hij vast dat onze bedrijven nog al te vaak moeten uitwijken naar niet-Europese kapitaalmarkten – voornamelijk naar de Verenigde Staten – om voldoende financiering te verwerven om te blijven groeien. Daarnaast stelt hij vast dat Europeanen, meer sparen dan bijvoorbeeld Amerikanen, in plaats van ze te investeren in bedrijven en financiële markten. We weten dat dit bij uitstek geldt voor de Vlaming. Het is bijgevolg niet verbazend dat één van de belangrijkste aanbevelingen van het Draghi-rapport is: het creëren van een doorgedreven kapitaalmarktunie.
Een eengemaakte Europese beurs is een ambitieus project en lijkt nog ver weg. Maar we kunnen alvast streven naar een tussenniveau door de oprichting van een ‘Beneluxbeurs’. Het BBP van de Benelux samen is ongeveer 1,73 biljoen euro (2023). Dit maakt dat de Benelux economie tot de top 15 grootse economieën ter wereld behoort. Door de drie beurzen samen te voegen, zouden we dus een grotere, diepere en robuustere kapitaalmarkt creëren die een aantrekkingskracht heeft op zowel nationale als internationale investeerders. Een geïntegreerde beurs zou onze bedrijven meer lokaal de nodige financiële zuurstof kunnen geven voor de duurzaamheidstransitie of om door te groeien.
Zulke schaalvergroting is overigens niet nieuw in onze geschiedenis. Zo werd de effectenbeurs van Antwerpen in 1997 gesloten en met die van Brussel samengevoegd. De beurzen van Brussel en Amsterdam worden overigens al uitgebaat door de zelfde speler, namelijk Euronext. Euronext zelf is een internationale, pan-Europese beursmaatschappij die in 2000 ontstond door de fusie van de beurzen van Parijs, Brussel en Amsterdam, maar een eengemaakte (fiscale) wet- en regelgeving volgde nooit. Het is net dat laatste dat de belangrijkste uitdaging vormt voor een eengemaakte Beneluxbeurs: er is een eengemaakte (fiscale) wet- en regelgeving nodig, alsook een autoriteit die de beurshandel coördineert. De inkomsten, bijvoorbeeld uit een eengemaakte roerende voorheffing op dividenden van beursgenoteerde bedrijven of uit de beurstaks, dienen verdeeld te worden. Dit zullen geen eenvoudige discussies zijn en vereisen een internationaal verdrag. Maar deze discussies zouden wel plaatsvinden tussen 3 gelijkaardige landen die al decennialang samenwerken en niet tussen 27 lidstaten met uiteenlopende belangen.
Daarnaast kan de Beneluxbeurs een extra stimulans betekenen voor de betere activatie van ons spaargeld. Europeanen, en zeker Vlamingen, sparen meer dan Amerikanen, maar durven het minder investeren op de financiële markten. Hierdoor is de toename van persoonlijke welvaart in Europa kleiner. We moeten dus allen werken aan het verbeteren van de financiële geletterdheid en het nemen van risico als maatschappij, meer durven omarmen. Het kopen van aandelen staat open voor iedereen en is door de veelvoud aan apps nog nooit zo eenvoudig geweest. Ook steeds meer jongeren beleggen, zeker in ETF’s[2]. Het beeld dat enkel ‘rijken’ aandelen houden, klopt dus al lang niet meer. Die demonisatie van kapitaal en investeringen door sommige partijen is nefast voor onze welvaartscreatie. We zouden net veel meer moeten streven om een deel van die, ongeveer 300 miljard euro, die op Belgische spaarrekeningen staat te activeren. Het recente succes van de staatsbon van Vincent Van Peteghem en de wet Cooreman-De Clercq in het verleden tonen dat er zeker potentieel is hiervoor.
Maar wie kan deze opportuniteit omzetten in realiteit? Misschien is er een rol weggelegd voor onze kersverse minister-president, bevoegd voor economie en industrie. Het concept van een beurs vindt immers zijn oorsprong in Middeleeuws Brugge in de herberg van de familie Van der Beurze. Het werd later meer uitgewerkt in Antwerpen en kwam in Amsterdam tot zijn bloei. Vlaanderen is dus de bakermat van de beurs. Laten ons opnieuw vanuit Vlaanderen een stap durven zetten naar een nieuwe evolutie: een meer-landen beurs. Een eengemaakte Beneluxbeurs kan overigens dienen ter inspiratie van een echte eengemaakte Europese beurs, zoals de Benelux ook ter inspiratie diende voor de oprichting van de Europese Unie en onze landen daarbij ook echte voortrekkers waren.
[1] Op 9 september 2024 werd het langverwachte Draghi-rapport over de toekomst van het Europese concurrentievermogen, aangevraagd door Commissievoorzitter Ursula von der Leyen, gepubliceerd.
[2] Een Exchange Traded Fund (ETF) is een open-ended beleggingsfonds dat op één of meer beurzen verhandeld wordt.